Om te beluisteren: gevelgedicht ‘Uitwisseling’

Als je in Terneuzen bij Winkelcentrum Zuidpolder parkeert (aan de westkant), kun je dit gedicht zien aan de muur van Beethovenhof 43. Dit gedicht is onderdeel van een serie van vijf gedichten in de publieke ruimte van Dichtersgilde Terneuzen.

Mede mogelijk gemaakt door de Lions Clubs Zeeuws-Vlaanderen die Dichtersgilde Terneuzen in 2022 de Cultuurprijs hebben toegekend.

Het gedicht is ontworpen en opgehangen door reclamebureau Recht door Zee uit Zeeuws-Vlaanderen en de hoogwerker konden we dankzij Arentis Syndus Group om niet gebruiken.

Audio credits: Major and Blues phrase in E.wav by FullMetalJedi — https://freesound.org/s/388955/; Kassa, viivakoodi / Cash register with bar code at work in a shop, beeps by YleArkisto — https://freesound.org/s/345709/; 560446__migfus20__happy-background-music.

Maerlant Poëzieprijs 2024

Op zondag 9 juni heb ik de Maerlant Poëzieprijs gewonnen! Hierbij een verslagje.

Als ik mijn auto het terrein opdraai, zie ik al een bekende. Het zien van de organisatoren van de Maerlant Poëzieprijs roept goede herinneringen bij me op. Zes jaar geleden deed ik voor het eerst mee aan deze driejaarlijkse prijs en zat ik tot mijn verrassing bij de top drie. De vorige keer, drie jaar terug, was mijn inzending weer genomineerd en heb ik gezellig zitten babbelen met een man van mijn leeftijd die uiteindelijk de winnaar (gedeelde eerste plaats) bleek te zijn. Toen kwam ik ook in contact met mensen die nu mijn collega-Dichtersgildeleden zijn.

Net als die voorgaande keren is de sfeer gemoedelijk bij dit gezelschap van dichters, poëzieliefhebbers en beeldend kunstenaars. Ik luister naar de voordrachten, wandel in de pauze langs de spandoeken waarop de genomineerde gedichten zijn gedrukt, maak een praatje en vermaak me uitstekend. Een middagje lusiteren naar gedichten en muziek, wat wil je nog meer?

Als een van de laatsten draag ik mijn gedicht voor en daarna leest de juryvoorzitter het juryrapport voor. Ik ga wat onderuit zitten, mijn kleine optreden zit erop en ik ben tevreden met mijn plekje in de top 20. Dat is heel wat als je bedenkt dat er maar liefst 355 inzendingen waren. En dat terwijl ik zo had zitten zwoegen en mijn gedicht uiteindelijk had ingestuurd onder het mom van ‘dan heb ik in ieder geval meegedaan’.

Maar dan wordt tot mijn verrassing mijn naam als laatste van de drie prijswinnaars genoemd. Ik zit bij de top drie, wat gaaf! Van pure opwinding vergeet ik te luisteren naar de eerste regels van het juryrapport over mijn gedicht. Tot slot maakt de voorzitter bijna achteloos bekend dat mijn gedicht op nummer één is geëindigd: ‘Na rijp beraad bleek dit vers onze favoriet te zijn.’

Het landt nog niet bij mij. Ben ik nu de winnaar? Mensen kijken naar me en ik ga maar staan, maar ben compleet overdonderd. Van de wethouder van Noord-Beveland krijg ik een prachtig boeket in ontvangst, een grote envelop met een blauwe strik met daarin mijn gedicht op A3-formaat en een envelop met het opschrift ‘Maerlant 500 euro’. Even stilstaan en naar de fotograaf kijken. Wil ik misschien nog iets zeggen? Ik weet niets te bedenken, maar ga toch maar achter de microfoon staan, want een winnaar die niets zegt, is niet leuk voor het publiek. Ik kondig aan dat ik het geld ga gebruiken voor het publiceren van een dichtbundel. Dat wil ik al heel lang en het lijkt me raar als het geld verdwijnt in de supermarkt. Dat ik nog geen concreet idee voor een bundel heb, zeg ik er maar niet bij.

Vervolgens krijg ik het eerste exemplaar van de dichtbundel Roer overhandigd en mag ik samen met een van de organisatoren de rest van de bundels onthullen. Langzaam – voor de foto – trekken we een kleed weg. Voor ik het weet, is de ceremonie voorbij en word ik van alle kanten gefeliciteerd. Ja, ik geloof dat het echt gebeurd is, ik heb de Maerlant Poëzieprijs gekregen!

Gedichten stadhuis op Open Monumentendagen

Op 10 september stuurde ik de auto dwars door ondergelopen straten naar het gemeentehuis van Terneuzen. Ik vroeg me af wie nog meer de slagregens zou trotseren om het stadhuis op deze Open Monumentendag te bezoeken, maar het aantal bezoekers viel reuze mee. Mijn collega-dichters Jorien en André en ik mochten voor een volle raadszaal onze gedichten voordragen.

Het stadhuis staat als bouwwerk van Bakema samen met de Deltawerken in de top 100 van de architectuurgids Nederland. Jorien en André oreerden over de bouwstijl, het brutalisme, van het gebouw, dat niets verhult en alles laat zien zoals het is. Ik koos in mijn gedicht voor het perspectief van het stadhuis zelf:

In mij huist de stad
aan je voetstap op mijn trap
voel ik hoe jij je voelt
je staat stil en luistert
ik probeer je toe te fluisteren 
maar je hoort me niet

In mij huist de stad
ik ken het gonzen van het raadsdebat
tegen mijn betonnen muren
ik herinner me de uren
van elke burgemeester
weet nog hoe mensen wachtten
pasgeworden vaders tekenden
en nieuwe paspoorten ruik ik nog

De bezoekers van het stadhuis vormden een dankbaar publiek. Ik wens mijn drie anderecollega-dichters veel succes vanmiddag op de tweede Open Monumentendag!

Foto’s: Sander Bus

Gedicht voorgedragen voor Oekraïne

Afbeelding: S. Hermann en F. Richter via Pixabay.

Op zaterdag 9 april werd een Benefietavond gehouden in de Protestantse kerk van Axel. De opbrengst van deze zangdienst was bestemd voor noodhulp aan Oekraïne via de organisatie Kerk in Actie.

Speciaal voor deze benefiet-samenzang heb ik het gedicht ‘Oorlog’ geschreven en voorgedragen. Om stil te staan bij de verschrikkingen van oorlog in het algemeen en die in Oekraïne in het bijzonder. Om geld in te zamelen voor de noodhulp. En om de roep om vrede te versterken, overal ter wereld.

De actie bracht maar liefst 480 euro op, wat ik, gezien de relatief lage opkomst, een heel mooi bedrag vind! Het was een prachtige zangdienst. Complimenten aan de organisatie!

Oorlog

Oorlog is niet meer zwart-wit
en lang geleden
vlak naast ons appartement
wordt met zwaar geschut gestreden
en hoe het afloopt, is nog onbekend

Dit koude kelderhok begint te wennen
al krampt mijn been – we zitten veel te lang
van buiten komt gebulder – we zijn bang
durven dat aan elkaar niet te bekennen

want alles wat ik hardop zeg
versterkt deze realiteit
morgen, morgen gaan we op weg
dan is dit geleden tijd