Gedichten stadhuis op Open Monumentendagen

Op 10 september stuurde ik de auto dwars door ondergelopen straten naar het gemeentehuis van Terneuzen. Ik vroeg me af wie nog meer de slagregens zou trotseren om het stadhuis op deze Open Monumentendag te bezoeken, maar het aantal bezoekers viel reuze mee. Mijn collega-dichters Jorien en André en ik mochten voor een volle raadszaal onze gedichten voordragen.

Het stadhuis staat als bouwwerk van Bakema samen met de Deltawerken in de top 100 van de architectuurgids Nederland. Jorien en André oreerden over de bouwstijl, het brutalisme, van het gebouw, dat niets verhult en alles laat zien zoals het is. Ik koos in mijn gedicht voor het perspectief van het stadhuis zelf:

In mij huist de stad
aan je voetstap op mijn trap
voel ik hoe jij je voelt
je staat stil en luistert
ik probeer je toe te fluisteren 
maar je hoort me niet

In mij huist de stad
ik ken het gonzen van het raadsdebat
tegen mijn betonnen muren
ik herinner me de uren
van elke burgemeester
weet nog hoe mensen wachtten
pasgeworden vaders tekenden
en nieuwe paspoorten ruik ik nog

De bezoekers van het stadhuis vormden een dankbaar publiek. Ik wens mijn drie anderecollega-dichters veel succes vanmiddag op de tweede Open Monumentendag!

Foto’s: Sander Bus

Gedicht voorgedragen voor Oekraïne

Afbeelding: S. Hermann en F. Richter via Pixabay.

Op zaterdag 9 april werd een Benefietavond gehouden in de Protestantse kerk van Axel. De opbrengst van deze zangdienst was bestemd voor noodhulp aan Oekraïne via de organisatie Kerk in Actie.

Speciaal voor deze benefiet-samenzang heb ik het gedicht ‘Oorlog’ geschreven en voorgedragen. Om stil te staan bij de verschrikkingen van oorlog in het algemeen en die in Oekraïne in het bijzonder. Om geld in te zamelen voor de noodhulp. En om de roep om vrede te versterken, overal ter wereld.

De actie bracht maar liefst 480 euro op, wat ik, gezien de relatief lage opkomst, een heel mooi bedrag vind! Het was een prachtige zangdienst. Complimenten aan de organisatie!

Oorlog

Oorlog is niet meer zwart-wit
en lang geleden
vlak naast ons appartement
wordt met zwaar geschut gestreden
en hoe het afloopt, is nog onbekend

Dit koude kelderhok begint te wennen
al krampt mijn been – we zitten veel te lang
van buiten komt gebulder – we zijn bang
durven dat aan elkaar niet te bekennen

want alles wat ik hardop zeg
versterkt deze realiteit
morgen, morgen gaan we op weg
dan is dit geleden tijd